Rond 1961 werd deze auto ontworpen en ontwikkeld door Land Rover in samenwerking met ‘Roadless Traction Limited’, Hounslow, England. Het werd speciaal gebouwd voor “The Forestry Commission” om over slecht begaanbaar terrein te kunnen rijden.

Eind jaren 50 had “The Forestry Commission” problemen met hun Land Rovers omdat die regelmatig in diepe sporen strandden of gehinderd werden door omgevallen bomen. Met zijn grote banden en enorme bodemvrijheid zou dit aangepaste model de hoge obstakels moeiteloos passeren en niet meer vast komen te staan in diepe sporen. In 1959 werd het eerste idee op dit experiment losgelaten op een Series II 109″ model en het ging op de ouderwetse Rover manier, zoveel mogelijk productie onderdelen gebruiken en het minimale aantal bijzondere onderdelen om de prijs per stuk te drukken.

De assen waren niet standaard Land Rover, maar onder de auto geplaatst door Roadless Traction Ltd. Het waren Studebaker assen met GKN-Kirkstall planetary naaf reductie. Deze werden verbonden met een standaard tussenbak met versnellingsbak van een 109″.

De spoorbreedte van de achteras was iets kleiner dan de vooras om zo beter te kunnen manoevreren*. Een bijkomend voordeel was dat de auto stabieler in het terrein werd en als de voorwielen ergens tussen doorpasten dat de achterwielen vanzelf konden volgen. De draaicirkel van de auto werd 12 meter, als je dit vergelijk met de 9 meter van een oude Volvo V70 is dat toch niet gek. Hiermee werd de draaicirkel van de Roadless Rover ook kleiner dan de standaard 109″ model welke 16 meter bedraagd. De grote wielen en de stabiliteit zorgden er voor dat de maximum snelheid rond de 50km/u lag en bij lage snelheden was het erg zwaar om de banden de bocht door te krijgen.

Eind 1961 keurde Rover het door Roadless Traction Ltd. aangepaste model goed en werd de auto op de markt gebracht. Het 2,25L benzine model kostte nieuw 1558 pond en voor 100 pond meer kon je de Diesel meenemen, een pick-up body kostte nog eens 172 pond extra. Sommige websites berichten dat er maar 2 of 3 gemaakt zijn, anderen maken melding van 9 stuks. Op twee websites wordt beweerd dat er ongeveer 20 gebouwd zijn, waarvan er 9 werkelijk verkocht zijn en dat klinkt meer realistisch, bij Dunsfold is er in ieder geval eentje te bewonderen.

Een vreemde auto die wel ooit ‘in productie’ is geweest, maar geen massaproductie.

* Met dank aan Aad Koene, hij mailde me een uitleg met de breedte van de assen en de voordelen hiervan.

Omdat de assen en differentiëlen wat vreemd zijn heb ik hier nog foto’s,
als je de muis op het plaatje laat rusten krijgt u meer informatie.
Klik hier voor algemene informatie over differentieelen