Dit moet 1 van de meest vreemde Land Rovers zijn ooit gebouwd, er werd een normale Land Rover 109″ gebouwd en deze werd dan naar Cuthbertson & Sons, of Biggar, in Scotland gestuurd en was daar omgebouwd tot de auto die hier links staat. Dit bedrijf heeft geexperimenteerd met motorfietsen met rupswielen in de tweede wereld oorlog en heeft in het gewone leven kennis opgedaan met landbouwapparatuur en -machines.

Deze uitbreiding op een Land Rover werd ontworpen om net als de Forest Rover verder te komen dan de standaard Land Rover zou kunnen. Een groot voordeel van deze “wielen” was dat de druk van de auto over een veel groter vlak werd verdeeld dan bij de relatief veel smallere banden. Om deze reden kon de auto gebruikt worden in moerasachtig en vochtige gebieden. Even ter vergelijking; een man van normaalpostuur oefent 3x zoveel druk op de grond uit als hij gewoon staat dan de Cuthbertson rupsbanden.

De hoogte van de auto was een groot voordeel, de doorwading van een plas, meer of rivier kon op veel diepere plekken. Maar waar de hoogte het voordeel was is deze gelijk ook het nadeel omdat de auto een stuk instabieler werd. Het zwaartepunt van de auto is niet hoger gekomen hoewel men dat wel zou verwachten van zo een hoge constructie, maar omdat de rupsbanden met de hele constructie zo zwaar is zou de auto zelfs nog dwars op een hoek van 45 graden kunnen staan zonder dat de auto zijdelings omvalt. Maar meestal hebben de zenuwen van de bestuurder het dan al opgegeven.

Een terreinrij eigenschap wat slechter is geworden met deze constructie was het tegen kleine steile heuveltjes oprijden. De inloophoek van de auto is als het ware kleiner geworden. De rupsbanden kunnen niet makkelijk de hoek maken om naar boven te rijden. Bij tanks is dit opgelost door de voorkant van de rupsband iets naar boven te laten lopen, maar dit is bij een kleine terreinwagen als deze Land Rover eigenlijk niet praktisch.

De auto werd op een frame geplaatst waar de rupsbanden aan vast zaten en de auto was dus relatief eenvoudig weer terug te brengen naar de originele banden. Dit was een groot voordeel omdat men op de weg met normale banden zou kunnen rijden en dan bij een moerasgedeelte de auto ombouwen. Er waren maar een aantal permanente aanpassingen aan de Land Rover om hem geschikt te maken voor de Cuthbertson conversie.

De rupsbanden hadden totaal geen vering en de bestuurder was afhankelijk van de bladveren om comfort te krijgen, op de naaf zat een groot tandwiel dat de rupsbanden voorstuwde en als de rupsbanden niet netjes werden aangespannen elke dag of elke week liepen ze nog wel eens van de banden af.

Uiteindelijk zijn er 40 conversies gekocht, waarvan we er nu nog maar 13 weten; The Scottish Electricity Board heeft er een aantal gekocht en kon deze uiteindelijk voor een prijs van 1700 pond kopen en het Britse ministerie van defensie had er een aantal gekocht, maar lieten het idee om deze auto’s snel varen toen helicopters een beter laadvermogen kregen en het onnodig werd om moeilijk bereikbare objecten via de grond te benaderen.

Hoewel de emotie het natuurlijk erg prettig vindt om de Land Rover Cuthbertson conversie te gebruiken voor zaken waar rupsbanden nodig zijn is het wellicht handiger om naar andere praktische “auto’s” te kijken. Bijvoorbeeld de Volvo BV202E Snowcat of de Hagglund/Soner BV206. Deze laatste wordt ook door de Nederlandse marine gebruikt en is gebouwd in Zweden.