Althans niet zomaar…

Vandaag stond ik te wachten op een wat oudere mevrouw die gedesillusioneerd met haar OV-chipkaart naar de NS automaat stond te staren alsof de NS automaat een geel-blauwe buitenaards wezen is. Meestal als ik mensen observeer zie ik ze dan met hun ogen rollen en omlopen naar een ander NS-automaat omdat men nou eenmaal haast heeft in de spits. Ik dacht zal niet weglopen van van mijn maatschappelijke taak om de medemens een handje te helpen en sprak de mevrouw aan. Alsof ik haar terstond wilde beroven deinsde ze terug. Ik had mijn brandweer-jas (hulpverlener-look) aan maar ook dat voorkwam niet dat ze argwanend aanstaarde.

Ik ging gewoon stoicijns door met haar te helpen en drukte met 1 vinger haar ov-chipkaart tegen de lezer aan. Het scherm sprong tot leven, ik vroeg haar aan te geven wat ze met haar kaart wilde doen en nadat ze nog één keer keer een angstige blik naar me wierp tikte ze aan wat ze wilde hebben. Het leek alsof ze er nu wel uit zou komen en ik verhuisde naar de automaat naast haar die vrij was gekomen. Op het moment dat ze haar pincode moest invullen gooide ze haar lichaam tussen mij en het keypad in. Ik was al bezig met mijn eigen OV-chipkaart en kon de toetsen niet eens zien, maar het was duidelijk dat ze me nog niet helemaal vertrouwde.  Ik was eerder met het opladen klaar dan deze dame en ging snel mijn trein halen. Ik hoop dat ze er uit is gekomen.

Toen ik nog veel op de weg zat met mijn lease-auto zag ik mensen wel eens gestrand op een treinstation of langs de weg. Elke keer als de trein niet reed heb ik een aantal meegenomen in de auto om ze een stukje weg te brengen, maar ik verbaas me dat men daar soms argwanend tegenover staat. We zijn zo een individuele maatschappij geworden dat men een “selfless-act” (een mooie Engels woord) wantrouwt. Ik snap dat de regering een reclame-campagne is gestart: “Pas op, aardig”. Maar ik vermoed dat dit niet echt helpt. De volgende keer plak ik gewoon een bordje op mijn voorhoofd: “Hulp nodig? Ik bijt niet!”