Dankzij Bas ben ik in mijn middelbare schooltijd verslingerd geraakt aan Land Rovers en alles wat er omheen zit. Het is allemaal begonnen met een ritje in de lightweight. Ik kan me nog goed herinneren het lachen van Bas en zijn vader toen ik heel beteuterd vroeg of de stoel niet iets naar achter kon. Ik vond namelijk dat ik nogal dicht op het stuur zat, maar dat is een onderdeel van de charme van Land Rover 🙂 Bas had toen nog niet zijn rijbewijs en ik reed naar een terrein, waar Bas dan rondjes reed, ik wat rondjes reed met een ‘strenge’ Bas naast me om te zorgen dat zijn auto niet stuk reed in het terrein of onnodig vast kwam te zitten. Mijn eerste stappen off-road. Dat was stoer… Ik moest en zou ook zo’n auto hebben.

Bas werkte bij een Land Rover handelaar waar ik al gauw aan een mooi Series IIa-tje kon komen. Hij kwam uit Zwitserland en had wat aandacht nodig, maar dan zou je er een mooi karretje aan hebben. Ik heb hem bij mijn tante uit elkaar getrokken, al gauw kwam er een tweede auto bij voor de onderdelen en ook die ging al gauw uit elkaar. Mijn idee was van twee 1 auto te maken, maar helaas zette ik het niet door en werd het uiteindelijk een redelijk falen.

Ik zag door de bomen het bos niet meer, het werd zelfs zo erg dat ik niet naar mijn tante en mijn onafgemaakte projecten ging omdat er zo’n berg aan werk lag. Ik zag het gewoon als een onmogelijke taak er weer een rijdende auto van te maken. Ik heb een hoop onderdelen verkocht en de rest weggegooid. De eerste twee Land Rovers achter de rug.

Vanwege mijn sleutelervaring (lees; sloopkennis) en Bas z’n Land Rover kwam ik af en toe over de vloer bij een handelaar in Schagen. Hij vond het wel gezellig of gedoogde mij goed, dus op zaterdag ging ik daar aan ‘het werk’. Al gauw kocht ik mijn eigen ‘nieuwe’ Land Rover. Een Series III 109″ van de Domeinen werd mijn auto, kavel nummer 219, transport werd voor me geregeld en samen met Roel werd mijn auto APK waardig gemaakt. Toen er net kentekenplaten op zaten gingen wij, mijn toenmalige vriendin en ik, naar Italie op vakantie.

Het was een hele rit, als je met een 2,25L Diesel over de Duitse autobahn rijdt dan komt er geen enkele droom uit die je als klein jongetje hebt. Je racet niet met een duizelwekkende snelheid over het asfalt met het gevoel dat je de hele wereld aan kan. Je rijdt met een ratelende pook (ijzer op ijzer) met een krappe 95 km/u over het gladde asfalt. En als het bergachtig wordt moet je met schaamrood op de kaken zien hoe vrachtwagen je voorbij stomen, want de auto die werkelijk overal kan komen is dan maar een slome slak.

Uiteindelijk zijn we in Italië gekomen en ook weer terug. Op de terugweg zijn we een stukje door de bergen terug gereden en het was meesterlijk met de auto. Als je maar niet de gevreeste snelweg op ging, want dat is ‘eng’. Na deze vuurdoop zijn Bas en ik nog geregeld de modder ingedoken. Dit keer niet als zijn bijrijder die ook af en toe stuurt, maar trots met een eigen auto.

Intussen had ik een Lightweight gevonden, dezelfde als Bas, alleen dan met een andere kleur en in niet zo’n goede conditie. Toch maar weer een projectje, leuk! Dit keer ging ik het anders doen! Al die maffe mensen die stoer met een Jeep Wrangler rondrijden, je kent het wel zo’n open jeep met hele dikke banden en veel chroom. Ik kon dat ook, maar dan met een lightweight. Maar ergens spookten toch nog al die onderdelen bij mijn tante in mijn hoofd… Ik heb de auto maar verkocht zonder er iets aan te doen, maar wel gelukkig met een beetje winst.

De Domeinen auto was niet supergoed… Nou ja de motor deed het prima, het chassis was sterk. Maar de verf was slecht, het schutbord redelijk rottig. Dus een nieuw schutbord op de kop getikt in Engeland en de stap gezet het schutbord te vervangen. Het zou een hele klus zijn, meteen het chassis een beurt geven en de carosserie onderdelen een schilderbeurt geven. Maar… Tijd is een vluchtbaar iets en hoe langer iets staat, hoe meer je er tegen op gaat kijken.

Intussen had ik nog een auto gekocht, een series 2b Forward-Control (FC) en die had serieus een restauratie nodig. Ik had er zin in 🙂 Het zou een eenvoudige klus worden, want een heleboel onderdelen zouden vervangen moeten worden. Dus het is een kwestie van uit elkaar halen en weer in elkaar zetten met nieuwere onderdelen. Ik heb mijn 109″ aan een vriend verkocht en ben met de begonnen, veel goede moed. Maar zo een project kost geld, dus het ging gestaag. Het slopen verliep goed, maar toen kwam het aanschaffen van nieuwe onderdelen. Hier een motor vandaan, daar een chassis vandaan. Het lukte wel, maar kost een hoop tijd, want het gaat niet om bedragen en eenvoud dat je even naar de appie loopt voor een nieuw blokkie.

Bas had bij Marthijn van Chalberhoni een aantal Forward-Controls zien staan en opperde… Wat als je nou je spulletje inruilt en voor een leuk bedrag een goede kan kopen? Is dat niet sneller en eenvoudiger? Ik mopperde inwendig, want ik had vertrouwen dat het nog goed ging komen met de S2b die ik net uit elkaar had gehaald. Maar toch eens mailen, daarna bellen, daarna kijken en tja. Voor niet zoveel geld eentje kopen waar nog maar weinig aan moest gebeuren werd ineens heel aantrekkelijk.

Ik heb de onderdelen bij elkaar geraapt en heb ze geruild voor een mooie Oostenrijkse brandweer S2a 109″ FC. Deze staat nu onder de carport met een verdrietige motor, die weer heel gelukkig wordt met gebruikelijk grondig onderhoud en zonder achterbak die ik er op moet zetten. Heel weinig klusjes en ik ben ze nu lekker aan het doen. Ik heb er zin in om weer met Bas het zand en de modder op te zoeken. Het is onderhand alweer 4 à  5 jaar geleden.

Gelukkig heb ik voldoende hulp 🙂 Van onder andere Maartje en mijn broertje, handige Harry ehm Frank. En altijd blij met Bas die me onvoorwaardelijk wilt helpen.